ECLI:NL:OGHACMB:2023:272
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eenhoofdig gezag vader en hoofdverblijfplaats minderjarige in Aruba
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, waarin het eenhoofdig gezag over de minderjarige aan de vader werd toegekend en de hoofdverblijfplaats bij de vader werd vastgesteld. De moeder verzocht primair om het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen en subsidiair om gezamenlijk gezag, met hoofdverblijfplaats bij haar en toestemming voor verhuizing naar Duitsland.
Het Hof heeft het rapport van de Voogdijraad van januari 2022 betrokken, waarin werd geadviseerd het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen. Beide ouders zijn in staat voor de minderjarige te zorgen, maar de minderjarige woont sinds de geboorte in een vertrouwde omgeving bij de vader in Aruba. De moeder is inmiddels verhuisd naar Nederland met een nieuwe partner en twee kinderen.
Gezien de stabiele situatie bij de vader, de spraakproblemen van de minderjarige die in Aruba worden behandeld, en het ontbreken van feiten die een verhuizing naar Europa rechtvaardigen, acht het Hof het in het belang van het kind dat de hoofdverblijfplaats bij de vader blijft. Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig of gezamenlijk gezag wordt afgewezen, mede vanwege gebrekkige communicatie tussen ouders en praktische problemen door de afstand.
Het Hof wijst erop dat gezamenlijk gezag op verzoek van partijen eenvoudig kan worden verkregen wanneer de communicatie verbetert. De bestreden beschikking wordt bevestigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het eenhoofdig gezag blijft bij de vader en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft in Aruba; het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.