ECLI:NL:OGHACMB:2021:370
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- E.M. van der Bunt
- M.W. Scholte
- A.S. Arnold
- Rechtspraak.nl
Bevestiging scheiding van tafel en bed wegens minderjarige kinderen en geen bekorting wachttijd
Partijen zijn in 2006 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Sinds september 2020 wonen zij niet meer samen. De vrouw verzocht echtscheiding, maar het Gerecht wees dit af en sprak scheiding van tafel en bed uit. In hoger beroep stelde de vrouw dat de man zich schuldig maakte aan wangedrag, waardoor de wachttijd van drie jaar verkort zou moeten worden.
Het Hof oordeelde dat de vrouw haar stellingen omtrent wangedrag onvoldoende had onderbouwd met concrete incidenten of bewijsstukken. Psychologische rapporten toonden slechts haar ongelukkigheid en gebrek aan steun, maar geen wangedrag van de man. De man betwistte de beschuldigingen, en de vrouw leverde geen verdere onderbouwing. Daarom kon de wettelijke wachttijd niet worden bekort.
De vrouw voerde aan dat de wachttijd haar belemmerde om te hertrouwen en dat dit in strijd zou zijn met artikel 12 EVRM Pro. Het Hof overwoog dat het recht op echtscheiding niet algemeen erkend is onder het EVRM en dat de wachttijd vóór echtscheiding met het oog op minderjarige kinderen geen strijd oplevert met het recht om te hertrouwen. Het Hof bevestigde de bestreden beschikking en wees een kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de scheiding van tafel en bed en wijst het verzoek tot echtscheiding en bekorting van de wachttijd af.