Uitspraak
1.[Appellant 1],
,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het geschil betreft de huur van een stuk grond met daarop een vakantiewoning op het landgoed Choloma te Curaçao. De eigendom van de grond berust bij erfgenamen, waaronder de geïntimeerde. Appellant 1 huurde de grond sinds 2005 en verkocht de vakantiewoning in 2016 aan appellant 2, die deze in gebruik nam zonder toestemming van de verhuurder.
Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat de huurovereenkomst was beëindigd, appellant 1 wanprestatie pleegde door zonder toestemming de woning aan appellant 2 in gebruik te geven, en dat appellant 2 onrechtmatig gebruik maakte van het gehuurde. Het Hof bevestigt dit oordeel en wijst het beroep van appellanten af.
Het Hof benadrukt dat op grond van artikel 7:221 BW Pro de huurder niet bevoegd is het gehuurde aan een ander in gebruik te geven zonder toestemming van de verhuurder. Er bestaat geen huurovereenkomst tussen geïntimeerde en appellant 2. Tevens is het retentierecht van appellant 1 vervallen doordat appellant 2 de sleutels heeft afgegeven.
Het Hof bevestigt dat bij beëindiging van grondhuur een opstalvergoeding kan gelden, maar dat appellanten geen recht hebben op vergoeding zolang zij niet aan de voorwaarden voldoen. De huurovereenkomst wordt ontbonden en appellanten worden hoofdelijk veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst en wijst de vordering tot opstalvergoeding af.