Uitspraak
1.Procesverloop
2.Geschil in hoger beroep
3.Het oordeel van het Gerecht
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende ontving op 29 juni 2015 naheffingsaanslagen loonbelasting over de jaren 2010 en 2011, met bijbehorende vergrijpboetes. De bezwaarschriften werden op 7 september 2015 ingediend, buiten de wettelijke termijn van twee maanden na dagtekening van de aanslagen.
In eerste aanleg verklaarde het Gerecht de bezwaren niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat zij de aanslagen pas op 9 juli 2015 had ontvangen, waardoor de termijn later zou zijn gestart. Het Hof oordeelde echter dat deze verklaring niet geloofwaardig was, mede vanwege wisselende verklaringen van belanghebbende tijdens de procedure.
Het Hof overwoog dat zelfs bij aanname van ontvangst op 9 juli 2015, belanghebbende uiterlijk eind augustus bezwaar had moeten maken. Aangezien dit niet gebeurde, bleef de niet-ontvankelijkverklaring terecht. De Inspecteur stelde ter zitting ambtshalve vermindering van de vergrijpboetes voor. Het Hof bevestigde het vonnis van het Gerecht en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaren wegens overschrijding van de bezwaartermijn.