Uitspraak
RBC ROYAL BANK N.V.,
VEGAS AMUSEMENTS N.V. DBA CASINO,
COLISEUM REALTY N.V.,
OASIS GAMING COMPANY N.V.,
PLEASURE PORT MANAGEMENT N.V.,
PORT DE PLAISANCE HOTEL MANAGEMENT N.V.,
TROPICAL MANAGEMENT N.V.,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vegas c.s., vennootschappen die casino's en resorts in Sint Maarten beheren, zijn al bijna twintig jaar klant bij RBC, die in 2016 de bankrelatie opzegde wegens risico's verbonden aan de casinobranche en reputatieschade. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat RBC de bankrelatie moest voortzetten totdat Vegas c.s. een nieuwe bankrelatie had, onder voorwaarden van medewerking.
RBC ging in hoger beroep, maar het Hof bevestigde het vonnis. Het Hof overwoog dat RBC weliswaar het recht heeft de relatie te beëindigen, maar daarbij zorgvuldig moet handelen en rekening moet houden met de belangen van Vegas c.s. en de maatschappelijke functie van de bank. RBC had onvoldoende meegewerkt aan het vinden van een oplossing en had onvoldoende concreet bewijs van risico's aangevoerd.
Het Hof verwees naar jurisprudentie over redelijkheid en billijkheid bij opzegging van overeenkomsten en oordeelde dat de opzegging onaanvaardbaar was. De primaire vorderingen van Vegas c.s. werden afgewezen wegens onduidelijkheid, maar de subsidiaire vorderingen werden gehonoreerd. RBC moet de kosten van het principaal hoger beroep dragen, Vegas c.s. die van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat RBC de bankrelatie niet onvoorwaardelijk mag beëindigen en veroordeelt RBC in de kosten van het principaal hoger beroep.