Uitspraak
[GEÏNTIMEERDE 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele procedure gaat het om een vordering van appellant tot vergoeding van kosten die buitenlandse arbeidskrachten hebben gemaakt voor het verkrijgen van documenten voor tewerkstelling in Aruba. Appellant stelt dat tussen hem en Acqua Construction N.V. een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij hij arbeidskrachten zou werven en Acqua zou zorgen voor werkvergunningen en indienstneming.
De arbeidskrachten hebben kosten gemaakt voor documenten, maar Acqua heeft hen niet in dienst genomen. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van de samenstelling van het gevorderde bedrag en het ontbreken van bewijsstukken. Het Hof vernietigde eerdere vonnissen die appellant niet ontvankelijk verklaarden en stelde hem in de gelegenheid bewijs te leveren.
Het Hof overweegt dat appellant slechts voor één persoon voldoende heeft aangetoond bevoegd te zijn op te treden en dat hij de bevoegdheid voor de overige arbeidskrachten inzichtelijk moet maken. Tevens acht het Hof aannemelijk dat de kosten per persoon ongeveer US$ 261,58 bedragen, maar het is nog onduidelijk of alle arbeidskrachten deze kosten hebben gemaakt. Het Hof draagt appellant op de stellingen en bewijs te leveren en wijst een datum voor getuigenverhoor aan, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het Hof draagt appellant op bewijs te leveren van zijn stellingen en bevoegdheid en houdt verdere beslissing aan.