Uitspraak
[GEÏNTIMEERDE 1],
[GEÏNTIMEERDE 2],
[GEÏNTIMEERDE 3],
[GEÏNTIMEERDE 4],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat centraal of appellant commerciële verhuur van appartementen op een perceel in een woonwijk mag realiseren, ondanks erfpachtsvoorwaarden die woondoeleinden voorschrijven. Appellant verkreeg in 2015 het erfpachtsrecht en vroeg om wijziging van de bestemming naar commercieel, waarvoor voorlopige toestemming werd gegeven, maar zonder formele wijziging van de erfpachtsvoorwaarden of bouwvergunning.
Geïntimeerden, buren aan een smalle onverharde straat, vorderden in kort geding een verbod op commerciële activiteiten en bouw vanwege onrechtmatige hinder. Het Gemeenschappelijk Hof achtte het aannemelijk dat commerciële verhuur tot overlast leidt door toegenomen verkeer en geluid, en dat het ontbreken van formele vergunningen en het niet wijzigen van de bestemming negatief meeweegt.
Het hof oordeelde dat de civiele rechter bevoegd is om deze vorderingen te behandelen, dat er sprake is van spoedeisend belang, en dat de belangen van de woonomgeving zwaarder wegen dan de commerciële belangen van appellant. Het vonnis van de eerste aanleg werd bevestigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt het verbod op commerciële verhuur en bouw zonder vergunning wegens onrechtmatige hinder.