ECLI:NL:OGHACMB:2016:127
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor uitvoer van cocaïne in vloeistof met strafmotivering
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens uitvoer van een materiaal bevattende cocaïne in vloeistof met een bruto gewicht van 925 gram. De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze straf en vorderde een hogere straf.
Het Hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en de bewezenverklaring uitgebreid met aanvullende bewijsoverwegingen, waaronder het NFI-onderzoek dat het cocaïnegehalte in de vloeistof tussen 40% en 60% situeert. Het Hof benadrukte dat het cocaïnegehalte relevant is voor de strafmaat, omdat het gevaar voor de volksgezondheid mede daardoor wordt bepaald.
De strafmotivering benadrukt de ruime straftoemetingsvrijheid van de rechter en stelt dat richtlijnen van het Openbaar Ministerie die vrijheid niet kunnen beperken. Het Hof acht de opgelegde straf passend gelet op de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte.
Het Hof volgde de procureur-generaal in het standpunt dat de in beslag genomen flacons met cocaïne niet onttrokken hoeven te worden aan het verkeer, omdat deze volgens de Opiumlandsverordening van rechtswege eigendom van het Land zijn geworden. Het vonnis werd uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 29 september 2016.
Uitkomst: Bevestiging gevangenisstraf van achttien maanden waarvan negen voorwaardelijk voor uitvoer van materiaal bevattende cocaïne.