ECLI:NL:OGEAM:2020:59
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeend geweld nietig verklaard wegens ontbreken dringende reden
De werkneemster is op 11 februari 2020 op staande voet ontslagen wegens vermeend geweldpleging jegens een collega. De werkgever baseerde het ontslag op incidenten die in een ontslagbrief werden genoemd, maar de werkneemster ontkende deze beschuldigingen en stelde dat zij geen schriftelijke waarschuwingen had ontvangen.
Na een kort geding oordeelde het gerecht dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd voor de dringende reden die het ontslag zou rechtvaardigen. De eerdere incidenten werden niet betrokken bij de beoordeling omdat er geen schriftelijke waarschuwingen waren gegeven, wat de ernst van die incidenten relativeerde.
Het gerecht hield ook rekening met de goede functioneren van de werkneemster en de economische omstandigheden die het vinden van een nieuwe baan bemoeilijken. Daarom werd het ontslag op staande voet voorlopig nietig verklaard en werd de werkgever veroordeeld tot betaling van het salaris vanaf 1 februari 2020, vermeerderd met wettelijke verhogingen en rente.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter A.J.J. van Rijen op 3 juli 2020 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is voorlopig nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van salaris en proceskosten.