Klaagster, een gerechtsambtenaar en vestigingsmanager bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie te Sint Maarten, stelde beroep in tegen drie besluiten van de Beheerraad: een schorsing, ontslag en verrekening van schade met haar bezoldiging.
De schorsing werd opgelegd wegens een vermoeden van ernstig plichtsverzuim en twijfel aan haar integriteit, omdat zij de plichten uit haar functie niet nauwgezet zou hebben vervuld. Het Gerecht oordeelde dat de schorsing terecht was genomen om het onderzoek niet te belemmeren.
Het ontslag werd gebaseerd op een onderzoeksrapport waaruit bleek dat klaagster over een lange periode contante bedragen van de derdengeldenrekeningen had opgenomen zonder geldige opdracht, wat plichtsverzuim en mogelijk strafbaar gedrag opleverde. Haar verklaring dat dit gebeurde met toestemming van oud-president en rechters werd niet geloofd. Het ontslag werd als proportioneel beoordeeld.
De Beheerraad stelde klaagster aansprakelijk voor een bedrag van bijna 30.000 NAf dat werd verrekend met haar salaris. Klaagster betwistte de schade en het besluit tot verrekening, maar het Gerecht vond dat de schade voldoende was aangetoond en dat het besluit niet willekeurig was. Alle beroepen werden ongegrond verklaard.