Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg op 22 juli 2022 een aanslag inkomstenbelasting 2019 opgelegd en maakte op 19 september 2022 bezwaar. Omdat de Inspecteur niet binnen negen maanden een uitspraak op het bezwaar deed, stelde belanghebbende op 18 juni 2024 tijdig beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Het Gerecht oordeelt dat dit beroep gegrond is omdat de Inspecteur nog geen beslissing heeft genomen. Het draagt de Inspecteur op uiterlijk 1 juli 2025 alsnog uitspraak te doen op het bezwaar, waarbij hoofdstuk VI van de Algemene landsverordening Landsbelastingen van toepassing blijft.
Daarnaast veroordeelt het Gerecht de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De Inspecteur heeft toegezegd zich bij de uitspraak op het bezwaar te beperken tot de vraag van renteaftrek en de relevante lening(en) en verhuurperiodes.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie belastingkamer binnen twee maanden na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar wordt gegrond verklaard en de Inspecteur wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2025 alsnog uitspraak te doen.