Belanghebbende diende een verzoek in tot vrijstelling van invoerrechten voor een voertuig, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur aan het bezwaar tegemoetkwam.
Gelijktijdig met de intrekking verzocht belanghebbende om vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Het Gerecht oordeelde dat op grond van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken en het Besluit proceskosten bestuursrecht de kosten van proceskosten en griffierecht toewijsbaar zijn.
De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van NAf 700 aan proceskosten en NAf 50 aan griffierecht. Het verzoek tot vergoeding van kosten in de bezwaarfase werd afgewezen vanwege het ontbreken van wettelijke grondslag.
De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 10 juni 2024, waarna partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid van verzet tegen deze onmiddellijke uitspraak.