Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg op 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting 2019 opgelegd met een verzuimboete. Na het indienen van bezwaar en het uitblijven van een beslissing, stelde belanghebbende op 9 mei 2023 tijdig beroep in tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.
Het Gerecht stelde vast dat de Inspecteur niet binnen de wettelijke termijn van negen maanden een uitspraak had gedaan, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. Het Gerecht droeg de Inspecteur op uiterlijk 1 oktober 2024 alsnog uitspraak te doen en bepaalde dat hoofdstuk VI van de Algemene landsverordening Landsbelastingen van toepassing blijft tot die datum.
Daarnaast veroordeelde het Gerecht de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. De zitting vond plaats op 28 maart 2024, waarbij partijen instemden met gelijktijdige behandeling van samenhangende zaken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar is gegrond verklaard en de Inspecteur is opgedragen uiterlijk 1 oktober 2024 alsnog uitspraak te doen.