Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2021 vanwege de hoogte van de aftrek van studiekosten voor haar studerende zoon. De Inspecteur had alleen de kosten van een vliegticket in aftrek toegestaan en de overige studiekosten, waaronder collegegeld, afgewezen omdat de zoon een collegegeldkrediet kon aanvragen maar dit niet deed.
Het Gerecht stelde vast dat de zoon daadwerkelijk collegegeld betaalde, waarvoor belanghebbende de betalingen had gedaan. De studiefinanciering die de zoon ontving bevatte geen component voor collegegeld, aangezien het collegegeldkrediet apart aangevraagd moet worden. Hierdoor drukken de studiekosten voor collegegeld wel degelijk op belanghebbende.
Op grond van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 en de bijbehorende bepalingen over buitengewone lasten, oordeelde het Gerecht dat belanghebbende recht heeft op aftrek van de volledige studiekosten, inclusief collegegeld. De aanslag werd verminderd en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd met aftrek van collegegeldkosten.