Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) 2019, waarbij de waarde van haar woning was vastgesteld op NAf 120.000. Zij betwistte deze waarde en stelde dat de waardebepaling onduidelijk en inconsistent was, mede door eerdere waarderingen in het tijdvak 2014-2018 die varieerden van NAf 145.000 tot NAf 75.000. Tevens wees zij op de slechte staat van de wijk en het gebrek aan individuele taxatie voor het tijdvak 2019-2023.
De Inspecteur verdedigde de vastgestelde waarde met een berekening gebaseerd op oppervlakte en vergelijkingspanden, maar slaagde er niet in de gekozen prijzen per vierkante meter en de vergelijkbaarheid van de referentieobjecten aannemelijk te maken. Belanghebbende onderbouwde haar standpunt onvoldoende concreet, hoewel zij een filmpje over de staat van de woning en wijk overhandigde.
Het Gerecht concludeerde dat geen van beide partijen de waarde overtuigend had onderbouwd en stelde de waarde in goede justitie vast op NAf 100.000. Tevens werd de Inspecteur opgedragen voor het volgende vijfjarige tijdvak (2024-2028) contact te zoeken met belanghebbende en een individuele taxatie uit te voeren. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De aanslag OZB 2019 wordt verminderd tot een waarde van NAf 100.000.