Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Vooraf
NAf 293.000
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende is eigenaar van een bedrijfspand te Curaçao dat voor het jaar 2019 werd belast met een onroerendezaakbelasting (OZB) op basis van een waarde van NAf 1.500.000. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld, onderbouwd met een taxatierapport dat de marktwaarde op NAf 1.205.000 taxeerde.
De Inspecteur handhaafde de aanslag en voerde een waardeberekening aan, maar slaagde er niet in deze nader te onderbouwen of inzichtelijk te maken. Het Gerecht oordeelde dat het taxatierapport van belanghebbende, gedateerd rond de waardepeildatum 1 januari 2019, voldoende uitgebreid en betrouwbaar was en dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde te laag was vastgesteld.
Daarom werd de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op NAf 1.205.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. Het vonnis werd uitgesproken op 19 april 2023 door rechter M.M. de Werd.
Uitkomst: De aanslag onroerendezaakbelasting 2019 is verminderd naar een waarde van NAf 1.205.000.