Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Tijdigheid (belasting)aanslag
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Aan belanghebbende is een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2015 opgelegd op 28 december 2020, terwijl de belastingschuld ontstond op 1 januari 2015. De Inspecteur stelde dat de aanslag tijdig was vanwege de navorderingsmogelijkheid op grond van artikel 10a LOZB, maar belanghebbende betwistte dit omdat de aanslagtermijn van vijf jaar was verstreken.
Het Gerecht overwoog dat de aanslag een tijdstipbelasting is en de aanslagtermijn vijf jaar bedraagt, derhalve vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de aanslag per 1 januari 2020. De aanslag van 28 december 2020 is dus te laat opgelegd. De Inspecteur kon de aanslag niet converteren in een navorderingsaanslag omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van artikel 10a LOZB, met name omdat belanghebbende tijdig aangifte had gedaan binnen de overgangstermijn.
Het Gerecht oordeelde dat de overgangsbepaling van artikel 10a LOZB van toepassing was en dat belanghebbende tijdig aan zijn aangifteplicht had voldaan. Hierdoor kon de verlengde navorderingstermijn niet worden toegepast. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag en de uitspraak op bezwaar vernietigd en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag OZB 2015 is vernietigd wegens overschrijding van de termijn voor het opleggen van de aanslag.