Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende heeft tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies voor het jaar 2014 bezwaar gemaakt, maar het Gerecht stelt vast dat het beroepschrift tegen de uitspraken op bezwaar te laat is ingediend. Hoewel belanghebbende aanvoert dat de uitspraken pas na dagtekening ter post zijn bezorgd, waardoor de beroepstermijn later zou zijn aangevangen, is het beroepschrift alsnog buiten de termijn van twee maanden ingediend.
Het Gerecht overweegt dat de beroepstermijn begint te lopen op de dag na de datum van terpostbezorging van de uitspraak op bezwaar. De poststempel toont aan dat de uitspraken op 12 november 2020 ter post zijn bezorgd, zodat de beroepstermijn op 13 november 2020 begon. Het beroepschrift is pas op 19 januari 2021 ingediend, wat te laat is.
Belanghebbende heeft ook gesteld dat zij pas op 19 november 2020 kennis nam van de uitspraken, maar omdat er toen nog een beroepstermijn van zeven weken resteerde, faalt het beroep op verschoonbare termijnoverschrijding. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en aan inhoudelijke behandeling wordt niet toegekomen.
Ten overvloede wordt ook het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de termijn van twee maanden na dagtekening van de aanslagen is ingediend zonder verschoonbare omstandigheden. Het Gerecht ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premies wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.