Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Rente en kosten van geldlening eigen woning
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2017 waarbij de Inspecteur bepaalde posten niet in aftrek toestond, waaronder rente van leningen voor de eigen woning, premie overlijdensrisicoverzekering en betalingen aan een voormalige secretaresse. Het Gerecht stelde vast dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de leningen waren aangegaan voor onderhoud van de eigen woning, waardoor de rente aftrekbaar is.
De premie voor de overlijdensrisicoverzekering werd niet als aftrekbaar erkend omdat niet was aangetoond dat het een met de looptijd dalende verzekering betrof. Betalingen aan de voormalige secretaresse konden niet als periodieke uitkering worden aangemerkt omdat deze voortvloeiden uit een dienstbetrekking, noch als ondernemingskosten omdat belanghebbende geen onderneming dreef in 2017.
Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de feitelijke situatie afweek van eerdere aangiften en de Inspecteur niet expliciet een standpunt had ingenomen dat bindend was. De Inspecteur kon ook geen interne compensatie toepassen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van NAf 148.492.