Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Bezwaarfase
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, woonachtig op Bonaire, bezit een appartementencomplex in Curaçao dat verhuurd wordt. Voor het jaar 2017 gaf hij een negatief resultaat uit verhuur aan, waarbij hij rentekosten van NAf 80.000 aan een lening van White horse B.V. opvoerde. De Inspecteur accepteerde deze rentekosten niet en stelde het belastbaar inkomen hoger vast.
Belanghebbende stelde dat hij daadwerkelijk NAf 80.000 aan rente had betaald en onderbouwde dit met leningsovereenkomsten, een verklaring van de directeur van de BV en bankafschriften waaruit blijkt dat het bedrag aan de BV is overgemaakt. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende hiermee in zijn bewijslast was geslaagd.
De Inspecteur voerde aan dat de lening onzakelijk was en dat betalingen niet waren aangetoond, maar het Gerecht stelde dat onzakelijkheid niet uitsluit dat rente aftrekbaar is. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De zitting vond plaats via videoverbinding vanwege corona, en het Gerecht sloot het onderzoek na ontvangst van aanvullende bankoverzichten. De uitspraak werd gedaan op 16 april 2021 door rechter D.J. Jansen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2017 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van NAf 86.493.