Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende ontving in 2015 een nabetaling van loon die betrekking had op 2014. Deze nabetaling werd opgenomen in het belastbaar inkomen van 2015. Belanghebbende beriep zich op de spreidingsregeling, een beleidsregel van de Belastingdienst, die inhoudt dat de belasting over een nabetaling wordt berekend alsof deze in het voorgaande jaar is genoten, met als doel een gunstiger belastingheffing.
Het geschil betrof de vraag of deze regeling ook gevolgen heeft voor het belastbaar inkomen en de premieheffing van het voorgaande jaar. Het Gerecht stelde vast dat de spreidingsregeling uitsluitend leidt tot een fictieve toerekening voor de belastingberekening in het jaar van de nabetaling, maar niet tot een daadwerkelijke verhoging van het belastbaar inkomen in het voorgaande jaar.
De aanslagen inkomstenbelasting voor 2014 en 2015 werden gehandhaafd, waarbij het totaal verschuldigde bedrag na toepassing van de spreidingsregeling lager was dan zonder toepassing. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard omdat de aanslagen niet te hoog waren opgelegd. Er werd geen vergoeding van proceskosten of griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de spreidingsregeling leidt niet tot verhoging van het belastbaar inkomen in het voorgaande jaar.