Uitspraak
1.HET PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Geen premieplicht AOV/AWW bij recht op AOV-uitkering
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende ontvangt sinds 2013 een AOV-uitkering en was in 2017 werkzaam in loondienst. De werkgever heeft het werkgeversdeel van de premie AOV/AWW ingehouden en afgedragen. Belanghebbende verzocht om restitutie van de premie omdat hij geen verzekerde is voor de ouderdomsverzekeringen.
De Inspecteur heeft een deel van de premie teruggegeven, in de veronderstelling dat dit het werknemersdeel betrof, maar weigerde het resterende werkgeversdeel terug te geven. Het geschil betrof de vraag of dit werkgeversdeel ook aan belanghebbende terugbetaald moest worden.
Het Gerecht oordeelde dat op grond van de wetssystematiek alleen het werknemersdeel aan de werknemer toekomt en het werkgeversdeel aan de werkgever moet worden gerestitueerd, aangezien de werkgever dit onverschuldigd heeft betaald. De weigering van de Inspecteur om het werkgeversdeel terug te geven is daarom terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur heeft terecht geweigerd het werkgeversdeel van de premie AOV/AWW te restitueren.