Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, woonachtig te Curaçao, heeft in haar aangiften inkomstenbelasting voor de jaren 2006 tot en met 2010 hypotheekrenteaftrek opgevoerd die betrekking had op een woning in Florida, terwijl haar eigen woning te Salinja was zonder hypotheek. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens onjuiste aftrek.
Na bezwaar en vermindering van de navorderingsaanslagen zijn de boetes gehandhaafd. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze besluiten. Het Gerecht beoordeelde of de Inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en of sprake was van ambtelijk verzuim.
Het Gerecht oordeelde dat het feit dat de hypotheekrente betrekking had op een buitenlandse woning pas na oplegging van de aanslagen bekend werd en daarmee een nieuw feit vormt. De Inspecteur hoefde niet te twijfelen aan de juistheid van de aangiften, zodat geen ambtelijk verzuim is vastgesteld, behalve voor het bovenmatige bedrag boven NAf 27.500 in 2007 en 2009.
Ten aanzien van de boetes werd geoordeeld dat belanghebbende geen grove schuld had voor de jaren 2006 tot en met 2008 omdat zij zich mocht verlaten op haar adviseur. Voor 2009 en 2010 was er wel sprake van grove schuld omdat zij ondanks eerdere waarschuwingen de aangiften zonder controle heeft ingediend. Het beroep is deels gegrond en deels ongegrond verklaard, met vermindering van navorderingsaanslagen en boetes waar van toepassing.
Uitkomst: Navordering tot NAf 27.500 is gerechtvaardigd; boetes deels vernietigd wegens gebrek aan grove schuld in eerdere jaren.