Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
NAf 46.212
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende ontving in 2014 een ontslaguitkering van NAf 135.000 en diende deze aan tegen een bijzonder tarief van 23,7% in zijn aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur paste echter een tarief van 34% toe bij de aanslag. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het beroep tegen deze uitspraak op bezwaar werd door het Gerecht ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende pas medio januari 2018 van de uitspraak op bezwaar op de hoogte was en het beroep binnen drie weken daarna werd ingediend.
Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar tegen de aanslag wel ontvankelijk was, ondanks dat het buiten de wettelijke termijn was ingediend, vanwege bijzondere omstandigheden omtrent de ontvangst van het aanslagbiljet. Inhoudelijk werd geoordeeld dat het bijzondere tarief voor de ontslaguitkering niet met zekerheid kan worden vastgesteld gedurende het kalenderjaar omdat het afhankelijk is van de omvang van overige inkomensbestanddelen. De brief van de Inspecteur waarin een tarief van 23,7% werd genoemd, kon daarom niet het vertrouwen wekken dat dit tarief ook voor de inkomstenbelasting zou gelden.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, waardoor de aanslag terecht werd vastgesteld met het maximale bijzondere tarief van 34%. De uitspraak op bezwaar werd om procedurele redenen vernietigd, maar het bezwaar werd inhoudelijk ongegrond verklaard. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens onterechte niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar, maar inhoudelijk is het beroep ongegrond verklaard en het maximale bijzondere tarief van 34% is terecht toegepast.