Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg een aanslag inkomstenbelasting 2013 opgelegd met een belastbaar inkomen van NAf 27.150 en een verzuimboete van NAf 250. Zij maakte bezwaar buiten de wettelijke termijn. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en verminderde ambtshalve de aanslag tot een belastbaar inkomen van NAf 19.200.
Bij de uitspraak op bezwaar stelde het Gerecht vast dat de verschuldigde belasting bij dit inkomen NAf 210 bedraagt, minder dan de drempel van NAf 300 waarvoor vernietiging van de aanslag volgt. Hierdoor kan het beroep belanghebbende niet in een betere positie brengen en is het beroep niet-ontvankelijk.
Het Gerecht oordeelde ook dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn, aangezien belanghebbende het aanslagbiljet op 8 augustus 2017 ontving en het bezwaar pas op 4 oktober 2017 werd ingediend, wat buiten de termijn van twee maanden valt.
Daarnaast werd opgemerkt dat aanslagen premieheffing onherroepelijk zijn omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt. Het Gerecht zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.
De uitspraak werd gegeven door rechter A.J.H. van Suilen op 20 december 2019 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanslag ambtshalve is verminderd tot een bedrag onder de wettelijke drempel en het bezwaar buiten de termijn is ingediend.