Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Navorderingsaanslag 2008 I
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van Z Holding BV, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2008 en 2010. De Inspecteur stelde dat rente die niet in rekening was gebracht als winstuitdeling moest worden belast en dat navordering mogelijk was ondanks het ontbreken van een nieuw feit.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur niet bevoegd was navordering uit te breiden op basis van het argument dat de aanslag evident onjuist was, verwijzend naar de Hoge Raad die stelt dat navorderingsmogelijkheden niet door de belastingrechter mogen worden verruimd. Hierdoor werd navorderingsaanslag 2008 I vernietigd.
Verder werd de navorderingsaanslag 2008 II verminderd omdat de verkapte dividenduitkering werd erkend en belast tegen het bijzondere tarief van 19,5%. De navorderingsaanslag 2010 bleef in stand omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat de rentebate niet was genoten.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan op 15 juni 2018.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2008 I vernietigd, navorderingsaanslag 2008 II verminderd, navorderingsaanslag 2010 gehandhaafd.