Belanghebbende, een N.V. gevestigd in Curaçao, was in beroep gekomen tegen aanslagen loonbelasting, premies AOV/AWW en AVBZ en boetes over de jaren 2009 tot en met 2012. Na diverse bezwaarprocedures en uitspraken op bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen en boetes.
Belanghebbende trok op 21 november 2017 het beroep in en verzocht gelijktijdig om vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het Gerecht oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding toewijsbaar was omdat de Inspecteur geheel aan belanghebbende was tegemoetgekomen en het verzoek tijdig was gedaan.
De proceskosten werden forfaitair berekend op Naf. 2.625 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, rekening houdend met beroepsmatige rechtsbijstand en het aantal samenhangende zaken. Voor de zitting van 30 november 2017 werd geen vergoeding toegekend omdat kosten voor een verzoek om proceskostenvergoeding niet vergoed worden.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van Naf. 300, omdat ook bij intrekking van het beroep door tegemoetkoming van de Inspecteur een redelijke wetstoepassing dit vereist.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd op 12 december 2017 te Willemstad. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.