ECLI:NL:OGEAC:2017:136

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
6 oktober 2017
Publicatiedatum
10 oktober 2017
Zaaknummer
CUR201600442 t/m CUR201600447
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Algemene landsverordening LandsbelastingenArt. 5 lid 4 Landsverordening op het beroep in belastingzakenArt. 17a lid 1 Landsverordening op het beroep in belastingzakenArt. 14 lid 3 Landsverordening op het beroep in belastingzakenArt. 17b lid 2 Landsverordening op het beroep in belastingzaken
Verwijzingen
2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening beroepschrift in belastingzaak

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en boetes over de jaren 2008 en 2009. Na handhaving van deze aanslagen door de Inspecteur, heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Het Gerecht beoordeelde dat het beroepschrift niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na de uitspraak op bezwaar was ingediend.

Belanghebbende stelde dat hij meerdere keren geprobeerd had het beroepschrift aan te bieden aan de balie van het Gerecht, maar dat dit niet lukte omdat het niet volledig was. Het Gerecht oordeelde dat een beroepschrift niet volledig hoeft te zijn om te worden ingediend en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het Gerecht het beroepschrift onterecht zou hebben geweigerd.

Daarom was er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht kwam niet toe aan inhoudelijke behandeling van de zaak. Ter zitting heeft de Inspecteur toegezegd voor beide jaren een bedrag aan rente van Naf. 2.500 in aftrek te zullen toestaan.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Uitspraak van 6 oktober 2017
BBZ nrs. CUR201600442 t/m CUR201600447
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[ X ], wonende in Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur,

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn op 10 juli 2015 over de jaren 2008 en 2009 aanslagen
inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AVBZ en boetes opgelegd.
1.2
Belanghebbende is op 19 augustus 2015 tegen de aanslagen en de
boetebeschikkingen in bezwaar gekomen.
1.3
De Inspecteur heeft op 23 december 2015 uitspraken op bezwaar gedaan en de
aanslagen en de boetes gehandhaafd.
1.4
Belanghebbende is op 24 februari 2016 in beroep gekomen tegen de
uitspraken op bezwaar.
1.5
De Inspecteur heeft op 19 juni 2017 verweerschriften ingediend.
1.6
Partijen zijn opgeroepen tot het bijwonen van een zitting. In dat verband zijn op 29 juni 2017 te Willemstad namens belanghebbende verschenen [ A ] (dochter belanghebbende) en [ B ]. Namens de Inspecteur is verschenen [ C ].
1.7
Ter zitting van 13 september 2017 te Willemstad is namens de Inspecteur verschenen [ C ], vergezeld van [ D ], stagiaire. Namens belanghebbende zijn verschenen [ A ] en [ B ].
2.BEOORDELING VAN HET BEROEP
2.1
In artikel 31, lid 1, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (verder: ALL) is geregeld dat belanghebbende die bezwaar heeft tegen een ingevolge de belastingverordening door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep kan komen bij het Gerecht. Gelet op de dagtekening van de uitspraken op bezwaar van de Inspecteur en de datum van binnenkomst van het beroepschrift, stelt het Gerecht vast dat het beroep niet is ingediend binnen de termijn van twee maanden na dagtekening van de uitspraken op bezwaar.
2.2
In artikel 5, lid 4 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken is, voor zover hier van belang, bepaald dat de termijn waarbinnen beroep moet zijn ingesteld niet verbindend is, indien ten genoegen van het Gerecht wordt aangetoond dat de inachtneming ervan door bijzondere omstandigheden is verhinderd (verschoonbare termijnoverschrijding) Belanghebbende heeft in dit verband ter zitting aangevoerd dat hij eerder verschillende keren aan de balie van het Gerecht is geweest om het beroepschrift in te leveren maar dat het toen niet lukte omdat het niet volledig was.
2.3
Het Gerecht stelt voorop dat een beroepschrift niet volledig hoeft te zijn om in te kunnen dienen. Van een bijzondere omstandigheid zou naar het oordeel van het Gerecht sprake kunnen zijn indien belanghebbende het al of niet volledige beroepschrift tijdig zou hebben aangeboden aan de balie van het Gerecht en het Gerecht vervolgens geweigerd zou hebben om het in ontvangst te nemen. Dat die situatie zich heeft voorgedaan heeft belanghebbende echter niet aannemelijk gemaakt. Voor het overige is het de verantwoordelijkheid van belanghebbende om het beroepschrift tijdig in te dienen. Gelet op het voorgaande is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en is het beroep van belanghebbende niet ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt het Gerecht niet toe.
2.4
Ten overvloede merkt het Gerecht op dat de Inspecteur ter zitting toegezegd heeft
dat de Inspecteur voor beide jaren een bedrag van Naf. 2.500 aan rente in aftrek zal toestaan.

3.DE BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2017, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per p
ost/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17a, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17b, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).