CSC heeft in 2012 een verzoek ingediend voor erfpacht op een perceel nabij Kaya Amsterdam. In 2022 ontving zij een brief van het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) waarin werd meegedeeld dat het bestuurscollege had besloten het perceel in erfpacht uit te geven, onder voorwaarde van betaling van US$ 450 voor uitzetwerkzaamheden. CSC betaalde dit bedrag, maar verdere communicatie bleef uit.
Het OLB betwist dat een overeenkomst tot erfpacht tot stand is gekomen en beroept zich op het Didam-arrest, dat vereist dat gronduitgifte via openbare mededinging moet verlopen. Het gerecht oordeelt echter dat de brief een bindend besluit inhoudt en dat CSC gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de bevoegdheid van de Directeur Ruimte & Ontwikkeling om namens het OLB te handelen.
Hoewel er nog geen overeenkomst is gesloten, is het OLB gehouden om te onderhandelen over de erfpacht. De belangenafweging tussen het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel leidt tot de conclusie dat het vertrouwensbeginsel in deze zaak prevaleert. Het OLB wordt veroordeeld om binnen drie weken te onderhandelen over een erfpachtovereenkomst tegen gebruikelijke voorwaarden.