Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid bezwaar 2011
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffieBES@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een NV die een huisartsenpraktijk drijft, ontving naheffingsaanslagen loonbelasting over de jaren 2011 tot en met 2015 en een vergrijpboete wegens het niet tijdig betalen van loonbelasting. De Inspecteur stelde dat de maandelijkse betalingen aan de directeur-grootaandeelhouders als loon moesten worden aangemerkt en niet als dividend, hetgeen belanghebbende betwistte.
Na een boekenonderzoek en diverse bezwaren en beroepen oordeelde het Gerecht dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de betalingen als dividend konden worden beschouwd. De naheffingsaanslagen waren daarom terecht opgelegd, inclusief de toepassing van een brutering omdat verhaal op de directeur-grootaandeelhouders niet aannemelijk was gemaakt. Het tarief van 30,4% was correct toegepast.
Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag 2011 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn, maar de bezwaren tegen de aanslagen 2012-2015 en de vergrijpboete werden gegrond verklaard. De vergrijpboete werd verminderd tot 25% van het nageheven bedrag, omdat sprake was van grove schuld door het niet opmerken van substantieel lagere lonen in de aangifte ondanks deskundige advisering.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en vernietigde de uitspraken op bezwaar voor de jaren 2012-2015. De uitspraak werd gegeven op 26 maart 2020 door rechter A.J.H. van Suilen.
Uitkomst: Beroep tegen naheffingsaanslagen loonbelasting 2012-2015 en vergrijpboete gegrond verklaard met vermindering boete, naheffingsaanslag 2011 ongegrond wegens termijnoverschrijding.