Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
bij de verzekerde, aanvulling Gerecht) geschiedt, onder verrekening van ingehouden premies, bij wege van aanslag. Nu tussen partijen de hoogte van de premie-inkomens en de daadwerkelijk gepleegde inhoudingen en afdrachten niet in geschil zijn, pleit de letterlijke tekst van de hiervoor vermelde bepalingen voor het oordeel dat de aanslagen tot de juiste bedragen zijn opgelegd. De vraag of de inhouding en afdracht van de premies op de juiste wijze heeft plaatsgevonden zou dan niet meer van belang zijn. Echter, de systematiek van de wet verzet zich tegen deze strikt grammaticale interpretatie. Het Gerecht is van oordeel dat, als de Inspecteur bij de werknemer de te weinig afgedragen premies AOV/AWW en AZV bij wege van aanslag heft, dit uitsluitend betrekking kan hebben op het werknemersdeel van de premies. [1]
“die van een inhoudingsplichtige loon (…) uit een bestaande dienstbetrekking genieten”(AOV/AWW) of
“die in dienstbetrekking werkzaam zijn”(AZV), bij wijze van inhouding geschiedt. Ingevolge artikel 58 LAOV Pro en 52 LAWW betalen
“inhoudingsplichtigen die personen in dienst hebben”, ter compensering een toeslag op het loon (het werkgeversaandeel). Ingevolge artikel 38l LAZV betaalt
“de werkgever bij wie een premieplichtige in dienstbetrekking werkzaam is”, ter compensering een toeslag op het loon. Het Gerecht leidt uit deze bepalingen af dat er slechts inhoudingsplicht bestaat bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en dat ook slechts in die situatie een werkgeversaandeel voor rekening van de inhoudingsplichtige komt. Voor zover de verzekerde andere inkomsten geniet dan loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, zoals winst uit onderneming of inkomsten uit vroegere dienstbetrekking, komt de premie daarover voor rekening van de verzekerde. [2]
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij: