Uitspraak
ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Op 6 december 2018 sloten partijen een overeenkomst van verbruikleen waarbij IFA een bedrag van Afl. 16.534,66 verstrekte aan gedaagde, die dit bedrag met rente van 27,25% en kosten in 60 termijnen zou terugbetalen. Gedaagde kwam in gebreke met tijdige betaling, waarna IFA het restant opeiste.
IFA vorderde betaling van Afl. 14.972,41 vermeerderd met rente van 27% vanaf 30 april 2020, boeterente van 5% en incassokosten. Gedaagde verweerde zich met het verlies van zijn baan tijdens de pandemie en financiële problemen, en stelde dat de schuld door renteopbouw was verdubbeld, wat misbruik zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde niet was verschenen bij de comparitie en de stellingen van IFA als niet weersproken aannam. Hoewel de situatie van gedaagde schrijnend is, ontslaat dit hem niet van zijn betalingsverplichting. De boeterente werd afgewezen omdat toewijzing zou leiden tot overschrijding van het door het Hof bepaalde maximum.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de hoofdsom en rente, alsmede incassokosten en proceskosten, en wees het meer of anders gevorderde af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom en rente, incassokosten toegewezen, boeterente afgewezen.