Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Wettelijke regeling
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende bezit een hoofdverblijf in Aruba en een tweede woning in Nederland met een WOZ-waarde van EUR 380.000. Over 2015 deed zij een nihilaangifte, maar de Inspecteur legde aanslagen op waarbij de huurwaarde van de tweede woning werd belast als inkomen uit onroerende zaken. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de wet geen grondslag biedt voor heffing over eigen gebruik van de tweede woning.
Het Gerecht onderzocht de wettelijke bepalingen en wetsgeschiedenis, waarbij werd vastgesteld dat sinds een wetswijziging in 1998 het eigen gebruik van de hoofdwoning niet meer belast wordt. De tekst van de wet en de Memorie van Toelichting geven geen aanwijzing dat de forfaitaire heffing van een tweede woning gehandhaafd blijft. Het eigen gebruik van onroerende goederen wordt niet als voordeel aangemerkt, vergelijkbaar met het eigen gebruik van een auto.
De Inspecteur verwees naar eerdere jurisprudentie en wetsartikelen, maar het Gerecht vond deze niet overtuigend of toepasselijk. De stelling dat heffing in strijd is met het EVRM behoeft geen behandeling. Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en stelde het belastbaar inkomen vast zonder de tweede woning. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De heffing van inkomstenbelasting over het eigen gebruik van de tweede woning wordt vernietigd en het belastbaar inkomen wordt verminderd.