Uitspraak
1.[Eiser sub 1),
[Eiseres sub 2],
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
, beste[vice-president RBC]
,
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
ING/De Keijzer Beheer).
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiser onderhoudt sinds 1995 een bankrelatie met RBC, waaronder betaal- en spaarrekeningen, een creditcard en een hypothecaire lening. RBC zegde de relatie op per maart 2021 zonder concrete reden te geven, verwijzend naar een compliance-evaluatie. Eiser vordert in kort geding dat RBC de bankdiensten blijft leveren totdat de bodemrechter anders beslist.
RBC baseert de opzegging op het strafrechtelijke verleden van eiser, waaronder een veroordeling wegens faillissementsfraude en verboden wapenbezit, en op vermeende integriteits- en reputatierisico's. De rechter overweegt dat deze feiten uit het verleden zijn en dat RBC onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit na zoveel jaren nog een zwaarwegend belang vormt om de relatie te beëindigen.
Ook de hypothecaire lening, verstrekt na de strafrechtelijke veroordeling, kan niet zonder meer worden opgezegd. Eiser heeft bovendien onvoldoende betwist dat het moeilijk is om elders een nieuwe bankrelatie te vinden. De rechter oordeelt dat de opzegging onaanvaardbaar is en legt RBC op de bankrelatie voort te zetten onder de gebruikelijke voorwaarden, met een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: De bank RBC wordt veroordeeld tot voortzetting van de bankrelatie met eiser onder gebruikelijke voorwaarden totdat de bodemrechter anders beslist.