ECLI:NL:OGEAA:2021:403
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- N.K. Engelbrecht
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verhuizing minderjarige naar Nederland in belang van kind
De moeder en vader zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk ouderlijk gezag uit over hun twee minderjarige kinderen. De moeder wil met de kinderen naar Nederland verhuizen, waarbij de vader al toestemming gaf voor de dochter, maar niet voor de zoon. De moeder vordert vervangende toestemming voor de verhuizing van de zoon naar Nederland, stellende dat dit in zijn belang is vanwege zijn gehechtheid aan zijn zus en de betere begeleiding die hij daar kan krijgen.
De vader voert verweer met argumenten dat de zoon geworteld is in Aruba, gedragsproblemen heeft waarvoor begeleiding nodig is, en dat de verhuizing nadelig voor hem zal zijn. Ook vreest hij dat hij minder contact zal hebben met de kinderen en dat het gezamenlijke gezag zal veranderen.
De rechter weegt de belangen af aan de hand van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba en betrekt daarbij de adviezen van de gezinsvoogdes, de situatie van de zoon, de voorbereiding van de moeder en de communicatieproblemen tussen ouders. Gezien de gedragsproblemen van de zoon en de mogelijkheid tot passende begeleiding in Nederland, de gehechtheid aan de moeder en zus, en de mogelijkheid tot contact tussen vader en zoon via digitale middelen, wordt de vordering van de moeder toegewezen.
De rechter verleent de moeder toestemming om met de zoon naar Nederland te verhuizen, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De moeder krijgt toestemming om met de minderjarige zoon naar Nederland te verhuizen.