Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET GESCHIL
5.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende, een groothandel in alcoholische dranken met een particulier entrepot, kreeg een uitnodiging tot betaling voor invoerrechten en accijnzen opgelegd nadat goederen uit een verzegelde container waren gestolen. De container stond onder douanetoezicht en de goederen waren bestemd voor opslag in het entrepot.
Belanghebbende voerde aan dat de douane nalatig was geweest door de container niet tijdig te beveiligen en dat de heffing onredelijk en disproportioneel was. De Inspecteur stelde dat belanghebbende als importeur en houder van het entrepot verantwoordelijk was voor de goederen en de douanerechten verschuldigd was op grond van de Landsverordening In-, Uit- en Doorvoer (LIUD).
Het Gerecht oordeelde dat door de diefstal de goederen onttrokken waren aan het douanetoezicht en als ingevoerd moesten worden beschouwd, waardoor invoerrechten en accijnzen verschuldigd zijn. Op grond van artikel 53 LIUD Pro in samenhang met artikel 54, lid 3 LIUD is belanghebbende als schuldenaar aan te merken. De diefstal verandert hieraan niets. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navordering van invoerrechten en accijnzen wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.