ECLI:NL:OGEAA:2017:607
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot bijdrage moeder in kinderalimentatie na wijziging omstandigheden
De zaak betreft een verzoek van de vader om de moeder te verplichten bij te dragen in de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen met een door de rechter te bepalen bedrag. Dit verzoek volgt op een eerdere beschikking waarbij de bijdrage van de moeder op nihil was gesteld.
De vader stelt dat de behoefte van het kind is gestegen en dat de moeder een aanzienlijk bedrag heeft ontvangen uit de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waardoor zij zou moeten bijdragen. De moeder erkent de ontvangst van het bedrag, maar stelt dat zij niet kan interen op dit bedrag en dat de vader zijn aandeel in de woning niet bij zijn inkomen optelt.
Het gerecht stelt vast dat de alimentatiebeschikking van 2016 niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet door gewijzigde omstandigheden, maar dat de moeder geen draagkracht heeft om bij te dragen. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op vaste richtbedragen. De vader heeft voldoende draagkracht, maar de moeder niet. Daarom wordt het verzoek afgewezen en draagt ieder zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om de moeder te verplichten bij te dragen in de kinderalimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht bij de moeder.