Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
3.DE BESLISSING
dinsdag 16 mei 2017 om 9.45 uur,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De moeder verzocht het hoofdverblijf van de minderjarigen bij haar te bepalen en om haar alleen met het ouderlijk gezag te belasten. Het gerecht beoordeelde of dit in het belang van de minderjarigen was. Uit het rapport van de Voogdijraad bleek dat de ouders niet met elkaar kunnen communiceren, wat leidt tot ruzies waar de minderjarigen onder lijden. De Voogdijraad adviseerde het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen, omdat hij betere beslissingen neemt en oog heeft voor de basale behoeftes van de kinderen.
De moeder bestreed het advies, maar het gerecht vond het rapport deugdelijk gemotiveerd en aannemelijk. Gezien het onaanvaardbare risico dat de minderjarigen klem raken bij gezamenlijk gezag, besloot het gerecht het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen. Het hoofdverblijf werd derhalve ook aan de vader toegewezen, waarmee het verzoek van de moeder werd afgewezen.
Subsidiair verzocht de moeder om een omgangsregeling. De Voogdijraad adviseerde geen omgang met de minderjarige zoon vanwege een verstoorde relatie, maar wel omgang met de minderjarige dochter. Het gerecht volgde dit advies en stelde de omgangsregeling vast zoals voorgesteld. De behandeling over kinderalimentatie werd aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunten en financiële gegevens te overleggen.
Uitkomst: Het gerecht kent het eenhoofdig gezag toe aan de vader, wijst het hoofdverblijf aan hem toe en stelt een omgangsregeling vast tussen moeder en de minderjarige dochter.