Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
4.Beslissing
12 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen een beschermingsbewindvoerder en een WSNP-bewindvoerder over de opname van kosten van beschermingsbewindvoering in het vrij te laten bedrag binnen de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Limburg wees het hoger beroep van de beschermingsbewindvoerder af, omdat geen doorbrekingsgrond voor het rechtsmiddelenverbod werd erkend.
De Hoge Raad overweegt dat tegen een beschikking van de rechtbank waarin een beroep op doorbreking van het rechtsmiddelenverbod wordt afgewezen, cassatieberoep openstaat zonder dat opnieuw doorbrekingsgronden hoeven te worden aangevoerd. De termijn voor het instellen van cassatieberoep is acht dagen na de uitspraak van de rechtbank.
Het cassatieberoep van de beschermingsbewindvoerder werd ingesteld op 28 november 2025, terwijl de uitspraak van de rechtbank op 19 november 2025 was. Hierdoor is het beroep niet tijdig ingediend en verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke klachten worden eveneens ongegrond geacht zoals uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn van acht dagen na uitspraak rechtbank.