ECLI:NL:HR:2026:856
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2017
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2017.
Eerder had de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden, maar na nader onderzoek bleek dat de gronden wel tijdig waren ingediend maar niet in het digitale dossier waren opgenomen. Daarom werd het eerdere arrest vervallen verklaard en het geding voortgezet.
Na behandeling van de klachten heeft de Hoge Raad geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij op 5 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.