ECLI:NL:HR:2026:830
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over indexeringspercentages bij WOZ-waardering
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en aanslagen onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing voor 2022.
Het Hof oordeelde dat de indexeringspercentages die de heffingsambtenaar toepaste op de verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten niet onder de reikwijdte van artikel 40, lid 2, Wet WOZ vallen. Belanghebbende klaagde hierover, maar de Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2026:297) en concludeert dat de indexeringspercentages in de bezwaarfase zijn verstrekt, waardoor de klacht niet tot cassatie kan leiden.
De overige klachten van belanghebbende tegen het Hof worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof over de indexeringspercentages bij WOZ-waardering.