Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam dat hem veroordeelde voor medeplegen van de opzettelijke invoer van 1.107,70 gram cocaïne op Schiphol op 25 februari 2021. De verdachte trad op als afhaler en had intensief telefonisch contact met mededaders die de invoer organiseerden.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op onder meer camerabeelden, telefoongegevens en WhatsApp-gesprekken, waaruit bleek dat verdachte de koeriers aansprak op de afgesproken plek en nauw samenwerkte met anderen om de overdracht van de cocaïne te verzekeren. De verdachte gaf geen aannemelijke verklaring die de belastende feiten ontzenuwde.
De verdediging voerde aan dat verdachte onschuldig was en de telefoons niet van hem waren, maar het hof verwierp deze verweren als ongeloofwaardig. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof over medeplegen en herhaalde de relevante criteria voor medeplegen en de rol van de proceshouding.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden en verminderde daarom de opgelegde gevangenisstraf met twaalf maanden, tot elf maanden en twee weken. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen invoer cocaïne en vermindert de gevangenisstraf tot elf maanden en twee weken wegens termijnoverschrijding.