ECLI:NL:HR:2026:725
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake parkeerbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting had behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 24 april 2026 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.