ECLI:NL:HR:2026:674
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2022
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 oktober 2024, waarin het hoger beroep tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2022 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld. Het eerste middel faalt op basis van een eerder die dag gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2026:556). Ook het tweede middel leidt niet tot vernietiging van het hofarrest, waarbij de Hoge Raad geen nadere motivering behoeft omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt de aanslag en beschikking bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.