ECLI:NL:HR:2026:544
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake belastingnavorderingen en boetes
Belanghebbende heeft in hoger beroep geprocedeerd tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 en 2014, alsmede tegen aanslagen, boetebeschikkingen en belastingrente over 2015 en 2016. Het Gerechtshof Den Haag heeft uitspraak gedaan in oktober 2025. Vervolgens heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het dossier is geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 27 maart 2026 in het openbaar gewezen door de Hoge Raad, zittend in de belastingkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.