ECLI:NL:HR:2026:492
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing verlengde beslistermijn bij bezwaar tegen dwangsombeschikking parkeerbelasting
Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam in gebreke wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar tegen een dwangsombeschikking die verband hield met een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de beslistermijn volgens artikel 236, lid 2, Gemeentewet nog niet was verstreken.
Het Hof bevestigde dat de verlengde beslistermijn van artikel 236, lid 2, Gemeentewet niet beperkt is tot aanslagen op grond van de Wet waardering onroerende zaken, maar ook geldt voor andere gemeentelijke belastingbeschikkingen, waaronder dwangsombeschikkingen.
De Hoge Raad overwoog dat de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 236, lid 2, Gemeentewet geen beperking van de toepasselijkheid op dwangsombeschikkingen rechtvaardigen. De verlengde beslistermijn is dus ook van toepassing op bezwaren tegen dwangsombeschikkingen op grond van artikel 4:18 Awb Pro. Het cassatieberoep faalt en wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de verlengde beslistermijn van artikel 236, lid 2, Gemeentewet ook geldt voor bezwaren tegen dwangsombeschikkingen in de parkeerbelasting.