Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:465

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
25/02692
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2015

Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente over het jaar 2015. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft deze zaak behandeld en een uitspraak gedaan op 18 juni 2025.

Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof onderzocht. De procureur-generaal heeft een advies uitgebracht.

De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft daarom op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest is op 20 maart 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/02692
Datum20 maart 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door H. Menger,
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 juni 2025, nr. 23/873 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 21/5492) betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2015 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026.