Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
Wat betreft de stelling in de aanvraag over de visusvermindering is van belang dat het bij de aanvraag overgelegde medische verslag inhoudt, dat bij onderzoek door de oogarts en de optometrist geen oogheelkundige afwijkingen zijn geconstateerd. In zoverre mist de aanvraag feitelijke grondslag.
Wat er voor het overige bij de aanvraag en de daarbij gevoegde medische verslagen naar voren is gebracht – samengevat, dat bij de aanvrager door middel van radiologisch onderzoek een gebroken rib is vastgesteld – is in het licht van wat in het proces-verbaal van de politie is vermeld over de omstandigheden waaronder de verbalisanten geweld tegen de aanvrager hebben toegepast, van onvoldoende gewicht om te kunnen gelden als een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv.
4.Beslissing
17 maart 2026.