Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
6 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft Antrix Corporation Limited cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag waarin werd geoordeeld dat een arbitraal vonnis in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd. De procedure betreft een exequaturprocedure op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij klachten tegen het oordeel van het hof centraal staan.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van de voorzieningenrechter en het gerechtshof. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, en subsidiair moet worden verworpen. Antrix heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van Antrix beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Vervolgens verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en veroordeelt Antrix in de kosten van het geding, die aan de zijde van DMAI zijn begroot op € 2.705,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
De beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 maart 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Antrix wordt verworpen en Antrix wordt veroordeeld in de proceskosten.