ECLI:NL:HR:2026:354
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht is echter niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet is betaald. Ook deze brief is afgeleverd, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.